In A River of Threads onderzoek ik wat ons verbindt met een plek en met elkaar. Voor dit project plaatste ik een advertentie in de regionale krant De Gelderlander, waarin ik inwoners vroeg hun overgebleven restjes wol te doneren. Wat ik ontving varieerde van drie losse bollen tot twee volle vuilniszakken, in alle denkbare kleuren en texturen. Ik wist vooraf niet wat er binnen zou komen, en die oncontroleerbaarheid vormt de basis van het tuftwerk.
Deze fragmenten — kleine restanten van iemands vroegere dagelijkse bezigheden — draag elk een spoor van degene die het doneerde. Verzameld en samengeweven vormen ze het materiaal voor een nieuw tuftwerk: een collectief landschap van herinnering en verbondenheid. Ik reflecteer op de grond die we delen, zowel letterlijk als metaforisch.
Het ophalen van de donaties en de ontvangen wol zijn zelf onderdeel van het project. Deze documentatie wordt gebundeld in een booklet en als zodanig gepresenteerd bij het tuftwerk.
Met dit project refereer ik aan de traditie van quilten en het maken van wandkleden, waarin verhalen en geschiedenissen in textiel worden vastgelegd. De tuftwerken en geborduurde theedoeken bouwen voort op de quiltcodetheorie: het omstreden verhaal dat buiten opgehangen quilts verborgen boodschappen overdroegen, zichtbaar voor iedereen maar leesbaar slechts voor sommigen. Historici hebben weinig bewijs voor deze theorie gevonden. Toch blijft het verhaal voortleven. Waar of niet, het verbeeldt een verlangen naar verborgen herkenning, solidariteit en veiligheid.


A River of Threads maakt deel uit van mijn langlopende project De plek bestaat, niet zoals ik dacht, waarin ik terugkeer naar het landschap rond het dorp waar ik opgroeide met de vraag: wat als de vaste grond uit je herinneringen niet bestaat?
In A River of Threads, I explore what connects us to a place, and to each other. For this project, I placed an advertisement in the regional newspaper De Gelderlander, asking residents to donate their leftover scraps of wool. What I received ranged from three loose balls of yarn to two full garbage bags, in every imaginable color and texture. I didn't know in advance what would come in, and that lack of control forms the basis of the tufted work.
These fragments — small remnants of someone's earlier daily activities — each carry a trace of the person who donated them. Collected and woven together, they form the material for a new tufted work: a collective landscape of memory and connection. Starting from my own place of residence, I reflect on the ground we share, both literally and metaphorically.
The process of collecting the donations, and the wool received, are themselves part of the project. This documentation — the amount, color and texture of each contribution — is compiled into a booklet and presented alongside the tufted work.
With this project, I reference the tradition of quilting and wall-hanging making, in which stories and histories are recorded in textile. The tufted works and embroidered tea towels build on quilt code theory: the contested story that quilts hung outdoors carried hidden messages, visible to everyone but legible only to some. Historians have found little evidence for this theory. Yet the story persists. True or not, it reflects a longing for hidden recognition, solidarity and safety.


A River of Threads is part of my ongoing project The Place Exists, Not As I Thought [De plek bestaat, niet zoals ik dacht], in which I return to the landscape around my childhood village with the question: what if the solid ground of your memories doesn't exist?
Back to Top